Wat meditatie betekent voor mij
In februari 1995 ontmoette ik voor het eerst eerwaarde meester Hakuun Barnhard, een Nederlandse monnik van de Orde van Boeddhistische Contemplatieven (O.B.C.). Het was aan het begin van een retraite die zij zou leiden in de Tiltenberg te Vogelenzang. In deze ontmoeting viel alles op z’n plaats. Ik stond oog in oog met iemand die warmte, compassie en wijsheid uitstraalde. Een bodhisattva dus, weet ik nu.
In datzelfde centrum nam ik al een aantal jaren deel aan de zenweekends en had daar m’n eerste meditatie-instructie gekregen. Het waren leerzame weekends, geleid door veelal inspirerende mensen, maar toch miste ik iets. Tot mijn eerste gesprek met eerw. Hakuun. Toen wist ik dat ik had gevonden waar ik heel lang naar had gezocht. Hier wilde ik bijhoren, ik wilde ook zo worden, ik wilde boeddhist worden en graag zo snel mogelijk.
In september van hetzelfde jaar ging ik naar het klooster van de O.B.C. in Engeland (Throssel Hole Buddhist Abbey) om een introductieweekend bij te wonen en plakte er meteen een week aan vast. Het was een onvergetelijk mooie ervaring. Een warm bad – een huis vol bodhisattvas! Een aantal maanden later, in april 1996, ging ik weer terug om formeel de Leefregels te ontvangen (Jukai).
Zo kwam ik dus in aanraking met Stille Belichting Meditatie, het hart van de Soto-Zentraditie van de O.B.C. In de Tiltenberg had ik geleerd tijdens het mediteren mijn adem te volgen of tot tien te tellen en dan weer opnieuw te beginnen. Dat vond ik niet gemakkelijk, ik raakte de tel kwijt of merkte dat mijn ademhaling onnatuurlijk werd en mijn gedachten bleven alle kanten opgaan. Kortom, mijn meditatiepraktijk was een worsteling. Maar dat was niets vergeleken met de worsteling die begon bij het ‘alleen maar zitten’ van de Stille Belichting Meditatie. Het goede nieuws is dat in de loop der jaren de worsteling is veranderd, ik zou hem ook geen worsteling meer willen noemen.
Mijn meditatiepraktijk heeft nogal wat ups en downs gekend, meer downs dan ups, periodes waarin ik niet mediteerde, gefrustreerd was, boos, ervan overtuigd dat ik het nooit zou ‘leren’. Gelukkig was er toch ‘iets’ buiten ‘mij’, dat me iedere keer weer terug bracht naar de meditatie. En dan begonnen de gedachten weer te malen, onzekerheid en frustratie meldden zich, verdriet kwam naar boven, kortom de worsteling ging voort. Vruchtbare jaren!
Niet zo heel lang geleden, zei eerw. Hakuun tegen mij: “Nanette, geef het verzet op!”. Dat schudde de boel los. Haar woorden waren een enorme opening. En nu (ik ben een heel trage leerling) bemerk ik een verschuiving van vastzitten in een hoofd vol chaos, wanhoop en frustratie naar steeds meer acceptatie van dat alles. Ik had al zo vaak tegen mezelf gezegd los te laten. Maar loslaten vond ik bijna onmogelijk, hoe moest ik dat doen?
En dat is precies waar het om gaat. Mijn verzet opgeven geeft me rust en vrede te midden van onrust en chaos. Het ten diepste accepteren van wat er op dit moment is, er middenin zitten en niets doen, alleen zitten. Het is dan alsof ik helemaal opensta, als het ware doorlatend word. En wat gebeurt er dan? Het lost op! Ik zelf doe dus niets. De vele gedachten en ideeën worden transparant en vervliegen. Voor dat moment.
Deze volledige acceptatie kan zich niet beperken tot de meditatieperiode. Meditatie beperkt zich niet tot mijn bankje. Het gaat door. Als ik niet oplettend ben (hoe vaak gebeurt dat niet per dag!) en dat merk, ben ik tegenwoordig minder snel geneigd om mezelf op mijn kop te geven, maar wil ik het accepteren voor wat het is: onoplettendheid. Of als ik me weer eens geweldig zit op te winden in het verkeer, probeer ik alle ergernis die dat met zich meebrengt te accepteren. Er zijn talloze voorbeelden mogelijk, van oppervlakkige situaties tot diepe pijn.
Er is een mogelijke valkuil bij me opgekomen, in de zin dat ik van alles zou kunnen gaan vergoelijken (maar dat heeft uiteraard niets te maken met diepe acceptatie). Daarom is het zo belangrijk dat ik mijn uiterste best blijf doen om opmerkzaam te zijn, goed te kijken, te luisteren. Ik heb de neiging overhaast te handelen, dus probeer ik pas op de plaats te maken om te zien of ik de juiste beslissing neem voor die situatie. De Leefregels vloeien als het ware voort uit het proces van oprecht kijken, luisteren en accepteren. Als ik goed luister, goed kijk naar mezelf, naar eenieder en alles om me heen, wordt het duidelijk dat ik geen kwaad wil doen, maar het goede. Uiteindelijk is dat mijn diepste wens.
Dit proces kan geen einde hebben. Het is iedere dag hard werken, een dagelijkse training met frustratie, verdriet, depressie, en ook met plezier en vreugde, alleen vallen die minder op. Het kan allemaal, het komt iedere keer weer op mijn pad, maar het zware lijkt wat lichter te worden, alsof je er doorheen kunt kijken. Ik hoef me nergens aan vast te houden, niet aan pijn, niet aan vreugde. Soms krijg ik een glimp van een plekje in mij dat noch door het een, noch door het ander wordt geraakt, waar het licht is en stil.
De praktijk van Stille Belichting Meditatie vervult me met grote dankbaarheid. In meditatie heb ik Kanzeon* ontmoet, de Bodhisattva van groot mededogen voor alles en iedereen. Zij laat me zien dat angst en verdriet samen gaan met vreugde en vrede.
Nanette Idzerda
Bestuurslid Dharmatoevlucht
augustus 2010
*) Kanzeon is de verpersoonlijking van mededogen.

